Aardverbonden en modern

Sedus – pionier van de ecologische bedrijfsfilosofie

Al meer dan 50 jaar is de sensibele omgang met milieu en resources bij Sedus vast bestanddeel van de bedrijfsfilosofie – Sedus is om het zo te zeggen een ware pionier van de ecologische bedrijfsfilosofie. ”Ecologie en economie zijn geen tegenstellingen, maar de onmisbare delen van een geheel”, luidt het credo. Dat credo werd decennia lang als ongeschreven wet geleefd en is inmiddels ook in twaalf bedrijfsbeginselen en in een eigen milieumanagement organisatorisch verankerd. Bijzonder uitgesproken en innemend toont de filosofie zich bij de bedrijfscultuur die door de maag gaat.

 

 

Heden ten dage ligt duurzaamheid op ieders lippen – duurzaamheid als vijgenblad en enkel met de mond beleden, als zelfvoldaan, naar buiten gekeerd greenwashing-gebaar of als werkelijk, substantieel in bedrijfsfilosofieën verankerd statuut dat de grondslag is voor al het handelen. Er is een brede maatschappelijke consensus dat ecologisch georiënteerde fundamenten èn het omzetten daarvan in daden absoluut noodzakelijk zijn. Ieder individu, ieder bedrijf dat zich bewust is van de verantwoordelijkheid voor de gemeenschappelijke levensvoorwaarden op onze planeet, kan een grote bijdrage leveren. Uiteindelijk kan slechts ieder voor zich experimenteren met de stappen op weg naar een duurzame leefstijl. Bedrijven kunnen op vergelijkbare wijze een duurzaamheidsmanagement verankeren in het bestek van de bedrijfspolitiek: Sedus begon al zeer vroeg in deze categorieën te denken. En destijds waren die baanbrekend.

 

 

Richtinggevende stappen
Bij het oprichten van Sedus in 1871 leverde de plaats van vestiging (Waldshut, aan de zuidrand van het Zwarte Woud) niet alleen de grondstof hout. De ligging aan de Hoge Rijn bood ook gunstige transportmogelijkheden - en de aansluiting op het Duitse en Zwitserse spoor. Al met al een ideale, duurzaame te noemen uitgangspositie. Maar als men de keuze voor de plaats van vestiging buiten beschouwing laat, betroffen de bemoeienissen van het bedrijf in de eerste plaats een milieuverantwoorde conceptie en productie. Lang voordat ”ecologisch productdesign” een modewoord werd, hielden de ontwikkelingsingenieurs en ontwerpers bij Sedus zich bezig met de vraag, hoe een ecologisch hoogwaardig product geconcipieerd moet zijn. De filosofie die daaruit voortvloeide, was overtuigend eenvoudig: met kwaliteit en duurzaamheid. Deze twee kerneigenschappen typeren Sedusproducten altijd nog, aangevuld met hoge eisen aan de vormgevingskwaliteit, die sinds het midden van de jaren negentig consequent is nagestreefd en voortdurend werd gehonoreerd met talrijke designprijzen. Bovendien zijn alle duurzaamheidsaspecten wat betreft de inkoop, het productieproces, de logistiek en recycling wezenlijke, vanzelfsprekend geworden randvoorwaarden. Die bepalen de dagelijkse arbeid en dat is met onderscheidingen en certificeringen onderstreept.

Van noodkeuken naar bioland-aanbouw en een uitstekend restaurant
Al in de jaren vijftig implementeerden Christof en Emma Stoll het verzorgen van hun medewerkers met volwaardige voeding. Zij leidden het bedrijf destijds in derde generatie en deden dat vanuit een antroposofische achtergrond. Uit een eenvoudige gaarkeuken, die in de oorlogsjaren garant stond voor voedzame en gezonde maaltijden uit groenten die het bedrijf zelf verbouwde, ontwikkelde zich vanaf 1966 een steeds professioneler wordend keukenbedrijf. Dat groeide uit tot de huidige, grote keuken met eigen keukenteam en bedrijfsrestaurant ”Oase”. De eigen – ongeveer zes hectare grote – tuin en akkers worden door het team van de ”Eulenhof” ecologisch en met biolandkwaliteit bebouwd en beheerd. Er komen altijd nog groenten en sla vanaf die zijn verbouwd zonder kunstmest en pesticides. Rond 200 kippen leveren de nodige eieren en bij tijd en wijle garnering voor een soep, en enkele varkens zorgen voor de duurzame verwerking van groenteafval. Bij de inkoop van de overige, aanvullende levensmiddelen, hoofdzakelijk uit de eigen regio, wordt streng naar de kwaliteit gekeken. Vlees en vis moeten kwantitatief eerder aanvulling zijn dan hoofdbestanddeel van een maaltijd. Om de voedingsstoffen te behouden, biedt het menu hoofdzakelijk gerechten die een geringe mate van verwerking vragen en een schonende manier van bereiden en garen toestaan. Per dag bereiden chefkok Ulrich Rotzinger en zijn team in de moderne bedrijfskeuken tegenwoordig ongeveer 200 middagmaaltijden. Ook zakelijke klanten en bezoekers van het bedrijf worden in de ”Oase” verzorgd. Ongeveer de helft van de etende gasten kiest voor de vegetarische, ovo-lacto-vegetabiele variant. Dat is een maaltijd zonder vlees, maar met melkproducten en eieren. Op de menukaart vindt men hiervan een bijna onbeperkte hoeveelheid aan variaties en virtuositeit.

Mijlpalen van het ecomanagement

Christof Stoll werd in 1993 door het ”WWF” (World Wide Fund For Nature) en het tijdschrift ”Capital” gekozen tot ecomanager van het jaar. In de jaren 1988, 1989, 1992, 1994, 1996 en 1999 ontving het bedrijf van de Arbeidskring van zelfstandige ondernemers (ASU) een onderscheiding voor het milieubewust leiden van het bedrijf. In 1995 liet Sedus als eerste kantoormeubelproducent zijn milieumanagementsysteem valideren naar de destijds geldende EG-eco-auditverordening (tegenwoordig EMAS III). De certificering volgens de internationale milieunorm DIN EN ISO 14001, volgde in het jaar 2001. Door de invoering van het milieumanagement werd de al sinds lang geleefde filosofie van de Sedus Stoll AG gedocumenteerd. In 2012 is een certificering voorzien volgens de nieuwe norm ISO 50001:2011 (energiemanagement).

 

 

Mens sana in corpore sano
Het engagement van het ondernemersechtpaar Stoll op het gebied van voeding was echter niet geheel onbaatzuchtig en dat is ook legitiem. De keuze van de voeding heeft immers direct effect op de opbouw en het behoud van het organisme. De filosoof Ludwig Feuerbach (1804–1872) meende al: ”De mens is wat hij eet!” Zo bezien draait het bij eersteklas eten natuurlijk om de verbetering van de levenskwaliteit en in het verlengde daarvan ook om de optimalisering van de omstandigheden op de werkplek, maar bovendien om de instandhouding van het prestatievermogen. Het bedrijfsaanbod dient de bevordering van het bewustzijn voor gezondheid en milieu, geeft impulsen voor veranderingen van leef- en eetgewoonten en zodoende een kans op gezonde, goed presterende en gemotiveerde medewerkers.

Samen eten is leuk
Een gezond voedingsaanbod moet daarom dan ook een verplicht onderdeel zijn van het gezondheidsmanagement van een bedrijf en een corporate social responsibility (CSR)-strategie zijn. Aan de ene kant leveren bedrijven hier een belangrijke bijdrage aan het welzijn van hun medewerkers en een uitgebalanceerde werkdag. Aan de andere kant worden ze daardoor ook als werkgever aantrekkelijker. En, niet in de laatste plaats, bevordert een goede gemeenschappelijke maaltijd in een aangename atmosfeer het samenzijn en de informele communicatie. Een aantrekkelijk bedrijfsrestaurant is een plek waar medewerkers zich graag ophouden en een bestanddeel van een geslaagde Place 2.5!

De Stoll VITA Stichting

In 1985 richtten Christof en Emma Stoll, zelf zonder nakomelingen, de Stoll VITA Stichting op om hun levenswerk voort te zetten en hun idealen hoog te houden. Tot de doelen van de stichting tellen de bevordering van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van openbare gezondheidszorg en de scholing, in het bijzonder op het gebied van milieu- en natuurbescherming, landschapsbehoud en het kweken van planten en dieren. Het vermogen van de stichting bestaat voor een groot deel uit aandelen van de Sedus Stoll AG. Het voormalige bedrijfsterein in Waldshut werd veranderd in een publieke tuin met speelplaats. De gebouwen op het terrein huisvesten onder andere een museum met daaraan gekoppelde tentoonstellingsruimtes, auditoriums en een kookschool voor lessen aan met name scholieren. In een van de bestaande gebouwen en in een nieuwbouw gebouw is een gemeentelijke kleuterschool gerealiseerd. Op die manier profiteren ook de allerkleinsten al vroeg van de pedadogisch verrijkende omgeving en kunnen ze hun interesse ontplooien voor de aanbouw van planten en voor gezond eten.