Actief zitten

Neem je eigen verantwoordelijkheid

Wie bij het uitoefenen van zijn beroep dagelijks een zitmarathon af moet leggen, is ogenschijnlijk overgeleverd aan deze ”dwanghouding”. Beeldschermwerk en vergaderingen bepalen tegenwoordig de werkdag op kantoor. Voor ieder van ons ligt de uitdaging daarin om, voor lichaam en gezondheid, een dynamisch arrangement te bereiken tussen achterwerk en zitgelegenheid. Dr. Dieter Breithecker, leider van het Landelijke samenwerkingsverband voor het verbeteren en stimuleren van houding en beweging (Bundesarbeitsgemeinschaft für Haltungs- und Bewegungsförderung e. V.) vertelt ons waarom het stimuleren van beweging, ook in geringe mate , zo belangrijk is en hoe werkgevers maar ook werknemers hun verantwoordelijkheid kunnen nemen voor een ”actieve manier van zitten”.

 

 

We moeten in onze zittende maatschappij meer bewegen. Die kennis is steeds breder voorhanden. Breedtesporten en sportscholen mogen zich verheugen in een enorme toeloop en ook de wandelbeweging groeit. Maar is het niet voldoende als we in onze vrije tijd zorgen voor gewone lichamelijke compensatie?

De oproep in de media om meer te bewegen, is aan inflatie onderhevig. Het begrip beweging wordt altijd in verbinding gebracht met sport en lichamelijke fitness. Maar beweging is meer dan sport, prestatie wedstrijd of het verbranden van calorieen. Beweging is vooral een basisbehoefte, gefundeerd in onze ontwikkelingsgeschiedenis. Het is net als eten, drinken en slapen bestanddeel van ons dagelijks leven en ons lichamelijk en geestelijk welzijn. Om te zorgen dat deze basisbehoefte zich ook spontaan en intuitief ontvouwen kan, zijn bepaalde omstandigheden vereist. Van deze ”spontane, intuitieve en op deze basisbehoefte gerichte beweging” zijn we ons meestal niet bewust, in tegenstelling tot het ”intentioneel bewegen”. Maar in het dagelijkse leven is zij een belangrijke voorwaarde voor een afgewogen lichamelijke, geestelijke en psychische wisselwerking. Om dat te begrijpen, hoeven we alleen maar te kijken naar onze ontwikkelingsgeschiedenis. Als we oplossingen zoeken, moeten we naar het verleden kijken – naar de geschiedenis van de mensheid. Met stilzitten kon de mens vroeger niet overleven. Nu en in de toekomst zal de mens, vanwege het lange zitten van tegenwoordig, zelf verantwoording moeten afleggen over allerhande ziektebeelden. Ons genetisch erfgoed is ook nu nog, in onze tijden van multimediale en vaak rigide leefomgevingen, aangewezen op een regelmatige verandering van houding en op spontane beweging.

Maar wie de hele dag aan een beeldscherm moet werken, is volkomen gebonden aan zijn werkplek. Ook als het bewustzijn en de kennis voorhanden zijn en we weten dat we meer moeten bewegen: wat kan men als individu doen?

Gebrek aan beweging bij overwegend zittend werk en een eenzijdige ”sensorische kost” (een overvloed aan prikkels voor oog en oor) is in onze genen net zo min vastgelegd als eenzijdige, zich almaar herhalende bewegingspatronen. Nekpijn en pijn aan schouders en armen zijn, net als pijn aan de ogen, de logische consequentie. Stofwisselingsstoornissen, overgewicht, depressies en zelfs sommige vormen van kanker zijn het gevolg. Omdat de sensoriek van het lichaam (spieren, bewegingszin, evenwichtsgevoel) onvoldoende worden gestimuleerd, ontstaat ook een afbouw van de geestelijke helderheid. Daar helpt maar een ding: ”Weg uit die valkuil van het zitten en de traagheid!” Het gratis recept voor gezondheid en productiviteit heet verandering van houding. En dat betekent: bewegen. Daar zijn helemaal geen grote inspanningen voor nodig, alleen maar een beetje planning. De leerlingen van de Peripatetische school van Aristoteles kregen hun onderwijs al terwijl ze voortschreden in wandelhallen. Ook tegenwoordig is het raadzaam om besprekingen en telefoongesprekken waar mogelijk te koppelen aan het even verlaten van de werkplek. Dat helpt bijzonder´ goed bij het nadenken. Bepaalde werkzaamheden kunnen staand uitgevoerd worden en iedere trap is een gratis ”fitnesstrainer”. De dag zou zo moeten worden ingericht, dat men veel beweegt. De wandeling in de middagpauze is de basis voor een frisse geest en een fris lichaam in de middaguren.

Is het niet om het even waarop men zit, zolang men tussendoor maar voldoende beweegt?

Ik wil mijn antwoord op deze vraag met een voorbeeld verduidelijken. Als u een enthousiast wandelaar bent en u bent vijf uur lang onderweg, dan maakt het u tijdens uw korte pauze van circa vijftien minuten echt niet uit of u nou op de grond zit of op een harde houten bank. Maar als u vijf uur lang op een bank zit en aansluitend maar vijftien minuten wandelt, dan ontstaan er serieuze problemen. Als vuistregel kun je hanteren: hoe minder kinderen, jeugdige mensen en volwassenen zitten en in plaats daarvan veelzijdig bewegen, des te beter is dat voor hun gezondheid en hun welzijn. Maar ondanks alle inspanningen zoals het integreren van zit-sta werkplekken, maken de huidige eisen aan het werk het altijd nog nodig dat zeer veel tijd, soms tot wel tien uur per dag, zittend wordt doorgebracht. Dat moet dan wel gebeuren op zitmeubilair dat tegemoet komt aan de individuele behoeften van een mens, en niet alleen aan zijn lichaamsmaten of aan omstandigheden die gebaseerd zijn op het een of andere orthopedisch-biomechanische dogma. Zitmeubilair moet het complexe gedragsspectrum van een levendige geestlichaam- psyche-eenheid de functionele aanpassingen bieden die het werkelijk nodig heeft.

Het is moeilijker om een goede stoel te bouwen dan een wolkenkrabber.
Ludwig Mies van der Rohe

Moet men op een stoel eigenlijk nog bewegen, als men zich al volkomen goed voelt?

Men ”moet” niet bewegen, maar je zult je altijd weer intuitief bewegen, wisselende houdingen aannemen. Gedeeltelijk gebeurt dat op micro-niveau. Pijnvrij zitten en je goed voelen is in relatie tot de tijd dat je zit niet mogelijk zonder van houding te veranderen. Het natuurlijke gedrag van kinderen maakt dat transparent, want die wippen graag heen en weer op een vaste stoel op school. Probeert u maar eens te wippen op een draaistoel op kantoor. Het menselijke streven naar lichamelijk en geestelijk welbevinden is, als men kijkt naar ontwikkelingshistorische patronen, op een adequate manier ingeprent. Tot voor enige duizenden jaren heeft de mens afwisselend op de grond gehurkt, gelegen en gestaan en legde per dag gemiddeld meer dan twintig kilometer af. Hij heeft echter zelden langere tijd gezeten. Bij deze gedragseisen is het tot op heden gebleven. Bijpassende, functionele zitvlakoplossingen die losgewerkt zijn van de rugleuning, kunnen dit bij het zitten ondersteunen.

De veelbelovende rugvriendelijke oplossing van het ”dynamische zitten” is al jaren bestanddeel van marketingstrategische offensieven van de kantoormeubelindustrie die draaistoelen levert. Voor u is dat niet voldoende. U spreekt van ”actief zitten”. Waarom?

Er zijn slogans die een eigen leven gaan leiden. ”Dynamisch zitten” is er een van. Maar: de ene manier van bewegen is de andere niet. Bij een exacte analyse moet men bij de meeste aanbiedingen constateren, dat alleen in de heupgewrichten een zekere dynamiek optreedt. Actief zitten gaat zodoende verder dan de aanbevelingen van het dynamische ziten, zoals het onder andere geaspireerd wordt bij de synchroonmechanika, en ook verder dan de aanbevelingen om regelmatig volgens een geplande manier van zitpositie te veranderen. ”Actief zitten” kan niet aanbevolen of bezorgd worden – het moet zich vanuit een lichamelijke, geestelijke maar ook psychische behoefte spontaan en complex kunnen ontvouwen. Ankerpunt hiervoor is een van de synchroonmechanika losgeweekt, driedimensionaal beweegbaar zitoppervlak dat een gecontroleerde bekkendynamiek stimuleert. Daaruit ontstaat als functionele eenheid een complex samenspel van de segmenten bekken, benen, ruggewervel, schouders en hoofd. Het resultaat: meer comfort, meer geestelijke frisheid. De mens heeft een bepaalde relatie tot zijn stoel. De stoel en de zich spontaan zelforganiserende gedragseisen van de gebruiker vormen een systeem. Dat betekent, dat het zitmechanisme ook autonoom de zithoek ondersteunt die nodig is voor verschillende opgaven. Zo verlangt geconcentreerd werken aan een bureau een actieve gewichtsverplaatsing naar voren. Het mechanisme maakt nu, onafhankelijk van de positie van de benen, een flexibel voorwaarts bewegen van de zitting mogelijk, waardoor fysiologisch een werkhouding kan worden aangenomen.

Waardoor ontstaat een zitbeweging – ook al is die onbewust?

Als gezegd, een menselijk lichaam is een complex systeem, waarin de hele tijd labiele evenwichten overeind worden gehouden door stofwisselingsreacties. Hierdoor is het organisme in staat om een enorm spectrum aan autonome oplossingen te ontwikkelen voor snelle functionele aanpassingen aan fluctuerende voorwaarden danwel eisen. Zo kan het menselijke systeem bij latent opkomende oncomfortabele situaties naar behoefte en volgens eigen inzichten reageren, zonder dat daarbij het bewustzijn ”belast” wordt. Deze eigenschap hebben we te danken aan onze evolutie en het qua ontwikkellingsgeschiedenis ”oudere” deel van onze hersenen, dat de elementaire, functionele processen regelt die van levensbelang zijn. Daarbij omzeilen de functionele schakelingen de neocortex, een qua ontwikkelingsgeschiedenis ”jonger” deel van de hersenen, waar de hogere gedachtengangen zich voltrekken, zoals gestructureerde oplossingen van problemen. De lichaamshouding is steeds het actieve product van een exact afgestemde sensoneuro- musculair (sensomotorisch) samenspel. Een fysiologische controle van de houding (postural control) is steeds dan zeker, wanneer we ons – rechtop staand of lopend – in een labiele evenwichtstoestand bevinden, zonder dat we dat eigenlijk bewust waar nemen. Iedere gefixeerde houding schaadt op zichzelf en voor zichzelf op den duur de gezondheid. De complexe wisseling van houdingen is het optimum van een fysiologische lichaamshouding.

Alle leven is beweging.
Leonardo da Vinci

Hoe kunnen van de kant van de werkgever de randvoorwaarden worden getroffen en medewerkers aangespoord worden, misschien ook lethargische of op het beeldscherm gefixeerde en op een stoel ”geketende” medewerkers, om op een andere manier te zitten en uit te nodigen meer te bewegen?

Iedere medewerker in een bedrijf is een belangrijke resource. Het zou een basiselement van elke bedrijfsfilosofie moeten zijn om het lichamelijke en geestelijke potentieel van de medewerkers ook in de werktijd te sterken en tot bloei te laten komen. Om deze reden zijn voor ieder bedrijf discussies heel behulpzaam over werkplekconcepten die zich orienteren op de behoefte aan de beweging van statisch naar dynamisch, belasting en herstel, activiteit en rust. De werkplek van de mens is voor tenminste acht uur zijn leefomgeving, een ruimte van welzijn, individuele gezondheidsontplooiing, sociale en geestelijke interactie, en in die zin ook bedrijfsmatige creatie van waarde. Er wordt altijd verwezen naar de wisselwerking tussen mens en ruimte. Want zoals bekend kunnen ruimtes een helende werking hebben, ze kunnen je tot rust brengen, stimuleren, maar ook ziek maken. Concreet gezien betekent dat voor de alledag op kantoor: niet alleen van medewerkers wordt tegenwoordig meer flexibiliteit verwacht. Dat geldt in gelijke mate voor de werkomgeving. Om recht te doen aan de behoefte aan ritme en daarmee welzijn van het individu, moet de werkruimte variable ”zones” hebben en daarmee opties die uitnodigen tot beweging. Dan bedoel ik bijvoorbeeld open danwel gesloten ruimtes voor team- en groepsarbeid alsmede plekken waar men alleen kan werken. Daarnaast moeten er ruimtes zijn waarin een individu zich terug kan trekken om te ontspannen, en een ruimte voor de uitwisseling van informatie. Ook moeten ruimtes voor doelbewuste lichamelijke activiteit of ontspannen spelen geen taboe zijn. Deze gedefinieerde ruimtes geven de medewerkers bovendien de zekerheid dat hun behoeftes – bijvoor beeld een korte power nap – sociaal geaccepteerd zijn. Dit alles verlangt tegelijkertijd echter ook een competentieoverdracht naar het personeel. Dat moet een eigen verantwoordelijkheid op zich nemen, mede beslissingen nemen met als doel een positieve verandering van levensstijl – ook in de vrije tijd. Bij leiding en medewerkers wordt zodoende een ”verandering van houding” verlangd. Die moet betrokken worden in het proces van de vormgeving van een gezonde werkruimte en levenshouding en zo een grote consensus en eigen verantwoordelijkheid bevorderen.

Bestaat er zoiets als de ideale stoel en het ideale zitten? Of is het sterk cultureel bepaald, in welke zithouding men zich bijvoorbeeld het beste concentreren kan?

Het ”ideale zitten” en de ”ideale stoel” – gebaseerd op tot nu toe gehanteerde paradigma's – bestaan als aanbeveling voor een gezond mens niet, net zo min als een ”ideale manier van staan” of ”een ideale manier van ademen” bestaan. Het gezonde organisme heeft zoveel genetisch overerfde fysiologische ”intelligentie”, dat het – bij adequate randvoorwaarden – zijn natuurlijke functies in hoge mate automatisch en aangestuurd door behoeftes uitleeft. Precies zo werkt het met het ”ideale zitten”.

In zijn leven leert de mens eerst lopen en spreken.
Later leert hij dan om stil te zitten en zijn mond te houden.
Marcel Pagnol

”Beweeg je lichaam en je geest zal je volgen.” Beweging – en hier is niet alleen sporten bedoeld – zet de lichamelijke stofwisseling en die van de hersenen in gang en zorgt voor meer lichamelijke en geestelijke vitaliteit. De wetenschap is het erover eens: beweging zorgt voor veel meer dan alleen lichamelijke gezondheid. beweging is ook bepalend voor het verbeteren van het leervermogen en de productiviteit, het werkt tegen depressieve gevoelens en stimuleert over de hele linie het menselijk potentieel.